Artists Gallery Calendar News Art Fairs Publications Contact

Selected works of the exhibition
Press Release (English)
Press Release (French)
Press Release (Dutch)
Print press release
Print images...




Brook Andrew

Assemblage
February 2nd - April 1st, 2017
Charles Decoster, Brussels










Galerie Nathalie Obadia is bijzonder verheugd om Assemblage voor te stellen, de eerste solotentoonstelling van Brook Andrew in Brussel. Met enkele weken verschil opent in de National Gallery of Victoria te Melbourne een belangrijke retrospectieve van deze Australische kunstenaar: het museum toont een overzicht van zijn oeuvre.1

Brook Andrew, die in 1970 te Sydney geboren werd, geldt als een van de belangrijkste kunstenaars van de Aziatisch-Pacifische regio. Met zijn werken en artistieke interventies is hij een graag geziene gast in internationale toonaangevende musea, onder meer te Madrid, Parijs en Sydney. Zelf omschrijft Brook Andrew zich als een conceptueel en multidisciplinair kunstenaar, met een uitgesproken interesse voor historische thema’s.
 
In het oeuvre van Brook Andrew fungeren confrontatie en assemblage als krachtige middelen om licht te werpen op herinneringen, en helpen herdenkingen om de geschiedenis te dekoloniseren. De kunstenaar poogt verhalen te reconfigureren en stelt ons zo in staat om die verhalen op een andere manier te begrijpen. Hij zegt: «Ik wil complexe historische episodes samenbrengen. Het is een assemblage van geschiedenissen...». «Het oeuvre van Brook Andrew tilt de notie van assemblage naar een hoger niveau, zodat het “een vorm van actie [wordt, niet alleen] met het oog op handelen en leven” maar ook met het oog op herinneren». De herinnering kan een “meervoudige kracht” zijn, die onopvallend op de achtergrond werkzaam is; in het licht van het verleden en het hardnekkige voortleven van het kolonialisme, is zo’n kracht zeker noodzakelijk.»2

De kunstenaar plaatst Australië in het centrum van zijn wereldwijde onderzoek. Dat perspectief maakt het hem mogelijk te begrijpen waarom de westerse en Europese visie op zogezegd minderwaardige grensculturen zo dwingend blijft. Ook stelt het hem in staat om na te denken over alternatieve geschiedenissen en visies op een andere wereld. Marcia Langton, de befaamde Australische antropologe van Aboriginal-afkomst, stelt over de portretten uit de reeks Gun-Metal Grey: «[het zijn] zowel ethische portretten als spookachtige horrorlandschappen, gered uit antropologische archieven. Tegelijk zijn de werken ook meer filosofisch en melancholisch, in de wijze waarop ze aan het diepste van het menselijk lijden raken.»3

In zijn oeuvre onderzoekt Brook Andrew de geschiedenis van geweld en de kolonisatie. De manier waarop hij zijn thema’s in beeld brengt, moet andere mogelijkheden bieden om, zonder enige vorm van blaam of schuldgevoelens, nieuwe herinneringen te analyseren. Deze alternatieve interpretaties hangen af van het vermogen van de toeschouwer om de dingen anders te bekijken. Het oeuvre van Brooke Andrew werd in het verleden omschreven als “genereus”: het legt verbanden tussen verschillende tijdvakken en culturen. De kunstenaar aarzelt daarbij niet om zich uit te spreken tegen de traditionele visie op kolonialisme en moderniteit. Hij opent tevens de weg voor ons om een dekoloniaal standpunt in te nemen, zoals Nick Aikens uitlegt:
 
Ik maak mijn analyse van Andrews artistieke en politieke project vanuit verschillende perspectieven. Ik begin mijn redenering met de basisstelling van Walter Mignolo, semioticus en onderzoeker in de post-colonial studies: “Kolonialisme maakt wezenlijk deel uit van de moderniteit. Anders gezegd: zonder moderniteit, geen kolonialisme”. Mignolo beklemtoont vervolgens: “De moderniteit” is een complex verhaal waarvan de oorsprong in Europa ligt. Het is een verhaal waaruit de westerse beschaving groeit door het vieren van successen en het tegelijk verbergen van haar meer duistere kant – het “kolonialisme”. Het begrijpen en aanvaarden van de onlosmakelijke band tussen moderniteit en kolonialisme, hun onderlinge afhankelijkheid en de noodzaak om beide fenomenen van elkaar te onderscheiden, zoals Mignolo stelt, structureren mijn analyse van het werk van Brook Andrew.5

Experimenterend met vormen, technieken en hedendaagse materialen (neon, opblaasbare structuren, video enz.), maakt Brook Andrew werken waarin soms onbewust een zekere vorm van zwarte humor sluipt. Dat is bijvoorbeeld het geval met zijn werken waarin op een directe manier weinig bekende of vergeten episodes uit de geschiedenis zichtbaar worden gemaakt, zoals de grensoorlogen in Australië of soortgelijke oorlogen elders ter wereld. Een van de sleutelwerken die deze strategie illustreert, is het monumentale Jumping Castle War Memorial, een opblaasbaar springkasteel: het toont het gebrek aan echte herdenkingsmonumenten voor aboriginals, of het nu gaat om de aboriginals van Australië of die van andere landen. Jumping Castle War Memorial werd voor het eerst door David Elliot gepresenteerd in 2010, naar aanleiding van de 17e biënnale van Sydney. De kasteeltrampoline liet het publiek toe te lachen en zich te vermaken. Het was een ervaring, al leken velen niet het symbolische belang van het monument in te zien.

Voor Brook Andrew is publieksparticipatie belangrijk: het laat immers toe dat het kunstwerk geactiveerd wordt en zo transformeert tot een fysieke en mentale ruimte. De confrontatie van dood en leven, drama en komedie, terreur en humor – eigen aan de wereld van het circus en carnaval – fascineert de kunstenaar al van kindsbeen af.

Ook na Jumping Castle War Memorial en The Cell (een opblaasbare gevangenis en schuilplaats) dat hij in 2011 maakte, is de kunstenaar blijven gebruikmaken van geometrische zwart-witmotieven. Het waren de traditionele sculpturen van de Wiradjuri – een Australische stam waarvan ook zijn moeder deel uitmaakt – die hem daartoe inspireerden. Met deze motieven wil de kunstenaar een opart-effect creëren, dat tegelijk verleidelijk en desoriënterend werkt.

The Forest en Memory, twee recente schilderijen die in de Galerie Nathalie Obadia te Brussel geëxposeerd worden, zijn met dit patroon bedekt. Ze tonen zowel autochtonen als kolonisten. Dat ongewone samenbrengen onderlijnt de interesse van de kunstenaar voor stereotypes en voor de bizarre praktijken van de fysieke antropologie die erin bestaan om zogezegd beschaafde individuen te vergelijken met “ongeciviliseerde” mensen – praktijken die de kunstenaar net als anderen beschouwt als onnuttig en schadelijk. Het zwart- witmotief fungeert hier als een visuele marker, die in staat is om uit het verleden de collectieve herinnering te doen opleven. Naar analogie met de Europese historieschilderkunst (die hij als een foute interpretatie van de werkelijkheid bestempelt), presenteert Brook Andrew een alternatieve, zij het eerlijke visie van de koloniale geschiedenis. Het formaat van zijn schilderijen spiegelt hij aan dat van 19e-eeuwse historieschilderijen. Deze techniek hanteert hij om de blik van de toeschouwer – die voor hem een foute blik is – te corrigeren:

... historische schilderijen die religieuze of menselijke verhalen vertellen over verandering, zijn gewoonlijk ofwel fictief, ofwel verteld door diegenen die de oorlogen gewonnen hebben. Het ontbreken van historische schilderijen over de geschiedenis van de Aboriginals of andere inheemse volken is een ontkenning van gelijkheid.6

Een portretreeks die de kunstenaar in 2013 maakte, trekt eveneens de aandacht. De portretten zijn gebaseerd op postkaarten uit de 19e en het begin van de 20e eeuw. Die verzamelt Brook Andrew al sinds decennia; ze vormen slechts een klein deel van zijn indrukwekkende persoonlijke archief. Ze tonen autochtone mannen en vrouwen uit de Border-culturen. We zien “exotische” stammen, vastgelegd door westerse fotografen, antropologen en toeristen. Deze gezichten van individuen die uit verschillende landen afkomstig zijn – Ivoorkust, Brazilië, Congo, Madagascar, Algerije, Canada, Martinique, Japan, Australië – hebben één ding gemeen: ze zijn anoniem. Zoals Judith Ryan, de conservator van de National Gallery of Victoria, uitlegt:

De 52 Portraits vinden tevens hun oorsprong in de diepgaande fascinatie voor de kunstgeschiedenis die de kunstenaar koestert, en in het bijzonder voor de conceptuele uniformiteit en het formalisme van de 48 Portraits van Gerhard Richter (1971). Richters monochrome en homogene uitbeelding van blanke Amerikaanse en Centraal-Europese mannen, die oververtegenwoordigd zijn in de wetenschap, de literatuur, de muziek en de filosofie, wordt hier op zijn kop gezet doordat Brook Andrew de figuren confronteert met hun tegengestelde: anonieme mannen en vrouwen van verschillende etnieën, maar allen afkomstig uit de zogenaamde First Nations. Deze reeks geeft gestalte aan een van de belangrijkste thema’s in de humanistische kunst van Brook Andrew: de impact van historische trauma’s op het heden, en dan vooral die trauma’s die zijn ontstaan door de brutale behandeling van gekoloniseerde volken in Australië en daarbuiten.7

Brook Andrew beschouwt zichzelf als een archeoloog van de herinnering. Het verhaal en de vergeten geschiedenis die achter elk gezicht schuilgaat, fascineert hem. Door portretten wordt elk van deze mensen weer tot leven gewekt.

In 2016 werd Brook Andrew voor een artist-in-residency uitgenodigd in het Recollettenklooster, een gereputeerde creatieve en wetenschappelijke instelling in Parijs. Hetzelfde jaar ontving hij van het Musée du Quai Branly de prijs «Photography Residencies», wat hem de gelegenheid bood om gebruik te maken van de immense fotoarchieven van dit Parijse museum. Het resultaat was een nieuwe fotoreeks, evenals een langhoudende relatie met Quai Branly, vergelijkbaar met de band die hij opbouwde met de musea van de universiteiten van Oxford en Cambridge.

Tijdens zijn onderzoek maakte Brook Andrew gebruik van persknipsels, foto’s, postkaarten en gravures om bijvoorbeeld de serie Sunset te creëren. Een deel van die reeks wordt nu tentoongesteld in de Galerie Nathalie Obadia te Brussel. Veelal zijn de archiefdocumenten geassocieerd met lokale voorwerpen. Sapelli, een exotische houtsoort die hij gebruikt voor zijn gesculpteerde kaders, combineert hij met gekleurd neon, om de aandacht te trekken net als bij reclameborden, of louter en alleen om de schoonheid van de kleur. Om zijn doelpubliek te bereiken speelt de kunstenaar met het verschil tussen betekenaar en betekenis, boodschap en vorm.

Verschillende prestigieuze kunst- en etnografische musea hebben Brook Andrew de afgelopen jaren uitgenodigd. De kunstenaar vindt inspiratie in hun archieven, en reactiveert hun vermogen om het publiek te raken. Zelf beschikt Brook Andrew ook over een omvangrijke verzameling archiefdocumenten die hij confronteert met de collecties van belangrijke musea of die hij als basis neemt voor zijn werken. Hij gaat op zoek naar het verleden om het heden beter te begrijpen aan de hand van alternatieve verhalen. Nieuwsgierig naar die aanpak zullen het Smithsonian Institute in Washington (Verenigde Staten), het Van Abbemuseum in Eindhoven (Nederland), het Musée d’Ethnographie de Genève (Zwitserland) en het Asia Art Archief in Hong Kong (China) de kunstenaar in 2017 toegang verlenen tot hun respectieve collecties. Op een tegelijk lichtvoetige en diepzinnige manier zal hij zo zijn denken over de staat van onze postkoloniale maatschappij kunnen voortzetten, en artistieke expressievormen kunnen vernieuwen.
 
 
1. Brook Andrew: The Right to Offend is Sacred, National Gallery of Victoria, Melbourne (Australië), 3 maart tot 4 juni 2017.
2. Anthony Gardner, Assemble/Assembly/Assemblage in Brook Andrew: The Right to Offend is Sacred, National Gallery of Victoria Press, Melbourne (Australië), 2017, p. 89.
3. Marcia Langton, « Brook Andrew : Ethical portraits and ghost-shapes », Art Bulletin of Victoria 48, 2008, ed. National Gallery of Victoria Press, Mel- bourne, Australïe, online op <http://www.ngv.vic.gov.au/essay/brook-andrew-ethical-portraits-and-ghost-scapes/>.
4. Walter D. Mignolo, in «The Darker Side of Western Modernity: Global Futures, Decolonial Options », ed. Duke University Press, 2011, Durham, Verenigde Staten en Londen, Verenigd Koningkrijk.
5. Nick Aikens, « Collage/Constellations », in Brook Andrew: The Right to Offend is Sacred, exb. cat. National Gallery of Victoria, Melbourne, Australïe. 3 Maart– 4 Juni 2017, p. 25.
6. Citaat van de kunstenaar.
7. Judith Ryan, « Aesthetics/Medium/Process», in Brook Andrew: The Right to Offend is Sacred.., exb. cat. National Gallery of Victoria, Melbourne, Australïe. 3 Maart – 4 Juni 2017, p.1.

--------------------------------

Brook Andrew werd in 1970 te Sydney geboren. Hij woont en werkt te Melbourne.

Brook Andrew geldt als een van de bekendste kunstenaars van zijn generatie in Australië en de Aziatisch- Pacifische regio. Als multidisciplinair kunstenaar heeft hij zich de voorbije twintig jaar ook in de kijker gewerkt op de internationale scene, door zijn deelname aan belangrijke tentoonstellingen over de hele wereld.

In 2016 kende de Australian Research Council haar prestigieuze beurs toe aan Brook Andrew voor zijn project “Representation, Remembrance and the Monument”.

Ook in 2017 en 2018 blijft Brook Andrew sterk in de schijnwerpers staan.

Van 3 maart tot 4 juni 2017 vindt zijn eerste retrospectieve plaats in de National Gallery of Victoria te Melbourne (Australië), onder de titel “Brook Andrew: The Right To Offend Is Sacred”.

In de lente van 2017 zal Brook Andrew deelnemen aan “Defying Empire” in de National Gallery of Australia te Canberra (26 mei - 10 september 2017).

Nog in de lente zal Brook Andrew ingrepen doen in de vaste collectie van het MEG - Musée d’Ethnographie de Genève (Zwitserland), naar aanleiding van de tijdelijke tentoonstelling “L’effet Boomerang. Les arts aborigènes d’Australie” (19 mei 2017 - 7 januari 2018).

In 2017 zal Brook Andrew ook verschillende interventies doen in de collecties van prestigieuze instellingen zoals het Smithsonian Institute te Washington (Verenigde Staten), het befaamde Amerikaanse instituut waarvan hij onlangs een beurs ontving; het Van Abbemuseum te Eindhoven (Nederland), in het kader van het project “Deviant Practice. Research Programme”.

Vanaf juli 2017 zal Brook Andrew een jaar lang artist-in-residence zijn in het befaamde Künstlerhaus Bethanien te Berlijn (Duitsland).

De afgelopen jaren kon Brook Andrew op grote publieke belangstelling rekenen dankzij vele internationale solotentoonstellingen, waaronder in Frankrijk: “Les Trophées Oubliés” in het Musée d’Aquitaine te Bordeaux (2013); in België: “Jumping Castle War Memorial” in het FeliXart Museum te Drogenbos (2013); in Australië, “EVIDENCE” in het Museum of Applied Art and Sciences (MAAS) te Sydney (2015), “Sanctuary: The Tombs of the Outcasts” in het Ian Potter Museum of Art te Sydney (2015), “Intervening Time” in de Queensland Art Gallery & Gallery of Modern Art - QAGOMA te Brisbane (naar aanleiding van de 8e editie van de Asia Pacific Triennial (2015)), “Witness” in het Lyon House Museum te Melbourne (2014), “De Anima” in de Bendigo Regional Gallery en in de RMIT Design Hub te Melbourne (2014), “Warang” in het Museum of Contemporary Art te Sydney (2012); en in Japan: “Earth House”, naar aanleiding van de Echigo-Tsumari Triennial waar hij Australië vertegenwoordigde (2012).

Brook Andrew heeft ook deelgenomen aan talrijke belangrijke groepstentoonstellingen, onder meer in Azië: in het National Taiwan Museum of Fine Arts (Taiwan, 2015), het National Museum of China te Beijing (China, 2013), het Museum of Contemporary Art te Seoul (Zuid-Korea, 2011), het Iberia Center for Contemporary Art te Beijing (China, 2010) en de Ishibashi Foundation te Tokio (Japan, 2007); in Australië: in het PICA - Perth Institute of Contemporary Arts (2015), de National Gallery of Victoria te Melbourne (2015), het Museum of Contemporary Art te Sydney (2012) en de 17e Biënnale van Sydney (2010); in de Verenigde Staten: in het Spertus Institute te Chicago (2008) en het Smithsonian Institute - National Museum of Art History te Washington (2007); in Groot- Brittannië: in het Museum of Anthropology and Archeology te Cambridge (2016) en TATE Britain te Londen (2015); in Spanje: in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía te Madrid (2014); en in Oostenrijk: in het Künstlerhaus te Wenen (2013).

Werk van Brook Andrew maakt deel uit van belangrijke privécollecties en publiekelijke instellingen in Australië, waaronder het Museum of Contemporary Art en de Art Gallery of New South Wales te Sydney; de National Gallery of Victoria, de Vizard Foundation Collection en de BHP Billiton Collection te Melbourne; de National Portrait Gallery en de National Gallery of Australia te Canberra; de Queensland Art Gallery te Brisbane; de Art Gallery of South Australia te Adelaide; evenals de collecties van ARTBANK. Ook het National Museum of Contemporary Art te Seoul (Zuid-Korea) telt werk van Brook Andrew in zijn collectie.

Sinds 2013 wordt Brook Andrew vertegenwoordigd door Galerie Nathalie Obadia Parijs / Brussel.